Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.STICHTING LANGELAND ZIEKENHUIS, te Zoetermeer,
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRAMED B.A.,
1.[ouder 1]
[ A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] , te [plaats] ,
[ouder 2]
1.STICHTING LANGELAND ZIEKENHUIS, te Zoetermeer,
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRAMED B.A.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 maart 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 2 augustus 2017 waarbij een comparitie van partijen ten overstaan van de meervoudige kamer in deze rechtbank is bevolen;
- het proces-verbaal van comparitie van 15 juni 2018 en de daarin genoemde stukken.
- de dagvaarding van 1 maart 2018, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 2 mei 2018 waarbij een meervoudige comparitie van partijen is bevolen;
- het proces-verbaal van comparitie van 15 juni 2018 en de daarin genoemde stukken;
2.De feiten
Bij een zwangerschapsduur van 38 1/7 wk beviel ze in volkomen stuitligging van een dochter. Het geboortegewicht bedroeg 3520 gram. De Apgar score was 2/5.
Bijzonderheden kind: asfyctisch.
(…)”.
Gegevens partus:
2.8 Interventies
Interventie durante partu
3.Het geschil
in de zaak 531098
4.De beoordeling
in beide zaken
“
Vraag 4. Was het naar uw mening verantwoord dat de gynaecoloog koos voor een vaginale bevalling toen er sprake bleek van een stuitligging?
electievekeizersnede, dat wil zeggen een geplande (primaire) keizersnede, volgt de rechtbank het ziekenhuis c.s. niet in haar betoog dat de in 3 sub 2 opgenomen verplichting daarom niet geldt wanneer een vrouw reeds in partu is. Lotgering laat er immers geen twijfel over bestaan dat in beginsel ook overleg bij een vrouw in partu dient plaats te vinden (zie bijvoorbeeld zijn antwoord op vraag 9 onder 2a en 10 onder 1). Uit het rapport van Lotgering kan wel worden opgemaakt dat onder omstandigheden overleg geen reële optie is. Op dat laatste komt de rechtbank hierna (onder 4.23 e.v.) nog terug.
tegeneen keuze van [ouder 1] voor een keizersnede.
zal accepteren. Dit impliceert dat rond 13.15 uur zowel een vaginale bevalling als een keizersnede mogelijk waren. Voorts schrijft Lotgering dat niet bewezen is dat een keizersnede de risico’s verkleint. Daaruit kan evenwel niet worden afgeleid dat in de concrete situatie op het moment dat het gesprek met [ouder 1] had moeten plaatsvinden de risico’s van een keizersnede groter waren dan die van een vaginale stuitbevalling.
na 14.00 uureen ongecompliceerde keizersnede zou kunnen zijn verricht. Anders is niet te verklaren dat hij het snelle baringsverloop van opname om 13.00 uur tot volledige ontsluiting om 14.00 uur aan zijn oordeel ten grondslag legt. Zijn overwegingen zien dan ook niet op de situatie rond 13.15 uur waar de rechtbank vanuit gaat.