Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
9 december 2016.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2015, inclusief belastingrente. Na een eerste uitspraak op bezwaar die de aanslag handhaafde, diende eiser een tweede bezwaar in. Verweerder had echter slechts één keer uitspraak op bezwaar mogen doen en had het tweede bezwaar als beroepschrift moeten doorzenden naar de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend binnen de zes weken na de uitspraak op bezwaar, en dat eiser geen geldige reden had voor de termijnoverschrijding. De rechtbank wees het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelde het niet inhoudelijk.
Eiser had verzocht om uitstel en aanhouding van de zaak om een nieuwe advocaat te zoeken, maar deze verzoeken werden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank vond dat eiser en zijn advocaat voldoende gelegenheid hadden gehad om zich op de zaak voor te bereiden.
Er werd geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 10 december 2018 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.