ECLI:NL:RBDHA:2018:14342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis echtgenote wegens onvoldoende bewijs identiteit en gezinsband
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis van haar echtgenoot. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk kon maken met officiële documenten en de gezinsband niet was vastgesteld. De door eiseres overgelegde Soedanese vluchtelingenpas werd niet als identificerend document erkend, en de kerkelijke huwelijksakte bleek vals.
De rechtbank oordeelde dat het nieuwe beoordelingskader voor nareisaanvragen, dat vereist dat identiteit en familierelatie met officiële documenten worden aangetoond of aannemelijk gemaakt, correct werd toegepast. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij geen officiële documenten kon overleggen, noch dat de overgelegde documenten substantieel bewijs vormden. Ook werd geen aanleiding gezien voor aanvullend onderzoek.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.