ECLI:NL:RBDHA:2018:13905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en risico op vervolging in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vervolgingsrisico's in Afghanistan. Verweerder wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van de gestelde seksuele gerichtheid en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit en achtergrond van eiser aannemelijk waren, maar dat zijn verklaringen over zijn homoseksualiteit onvoldoende geloofwaardig waren. De rechtbank toetste de beoordeling van verweerder aan de geldende werkinstructies (WI 2015/9 en WI 2018/9) en concludeerde dat verweerder zorgvuldig en volgens de richtlijnen had gehandeld.
Eiser kon onvoldoende uitleg geven over zijn bewustwordingsproces en zelfacceptatie, en zijn verklaringen over relaties en de risico's die hij liep waren vaag en summier. De rechtbank vond dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van eiser had betwijfeld en dat er geen sprake was van een situatie van vervolging in vluchtelingrechtelijke zin. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van zijn homoseksualiteit en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.