ECLI:NL:RBDHA:2018:13890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij ligplaatsvergunning aan derde, beroep ongegrond
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende een ligplaatsvergunning aan een derde partij voor het Werninkterrein. Eiseres, die reeds veertien ligplaatsvergunningen bezit, maakte bezwaar tegen deze verlening en werd door verweerder niet als belanghebbende erkend. De Commissie Bezwaarschriften had geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren, maar verweerder week hiervan af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht is afgeweken van het advies van de Commissie Bezwaarschriften en dat dit geen onzorgvuldigheid oplevert. Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres geen belanghebbende is omdat zij voldoende ligplaatsen heeft en het vermeende probleem met een dubbel vergunde ligplaats inmiddels is opgelost. Ook de eerdere procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat eiseres recht heeft op veertien ligplaatsen.
Daarom is het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaar is ongegrond verklaard.