ECLI:NL:RBDHA:2018:13724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierelatie
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend door zijn vermeende echtgenote (referente) die een verblijfsvergunning asiel bezit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen officiële documenten kon overleggen die zijn identiteit en familierelatie met de referent konden aantonen. Het door eiser overgelegde Soedanese verblijfsdocument werd niet als officieel identiteitsbewijs erkend en de huwelijksakte bleek vals.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte geen rekening had gehouden met onofficiële documenten en dat hij in bewijsnood verkeerde. Ook stelde hij dat een interview met hem en de referent had moeten plaatsvinden om de identiteit en familierelatie vast te stellen. Verweerder voerde gemotiveerd verweer en verwees naar een nieuwe vaste gedragslijn die vereist dat identiteit en familierelatie met officiële documenten worden aangetoond, met beperkte ruimte voor onofficiële documenten bij aannemelijke bewijsnood.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen officiële documenten had overgelegd en dat het overgelegde onofficiële bewijs onvoldoende was. De valsheid van de huwelijksakte en het ontbreken van andere bewijsstukken maakten aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid kon oordelen dat eiser zijn identiteit onvoldoende aannemelijk had gemaakt en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.