ECLI:NL:RBDHA:2018:13072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen uit Tunesië wegens veilig land van herkomst en oplegging inreisverboden
Eisers, beiden van Tunesische nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland en vorderden een verblijfsvergunning. Zij stelden vervolging te vrezen bij terugkeer naar Tunesië vanwege verdenking van terrorisme en betwistten dat Tunesië een veilig land van herkomst is. Tevens voerden zij aan dat Italië, Oostenrijk of Hongarije verantwoordelijk zouden zijn voor de behandeling van hun aanvragen.
De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat eisers niet aannemelijk maakten dat Tunesië voor hen niet als veilig land van herkomst kon gelden. De rechtbank volgde dit oordeel en oordeelde dat verweerder terecht geen onderzoek hoefde te doen naar andere lidstaten, omdat er geen Eurodac-treffers waren en de identiteit van eiser niet geloofwaardig was.
Verder oordeelde de rechtbank dat de opgelegde inreisverboden niet in strijd zijn met artikel 8 EVRM Pro, omdat geen sprake was van meer dan normale emotionele banden tussen eiseres en haar in Nederland wonende zus. De beroepen werden ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen en de oplegging van inreisverboden.