ECLI:NL:RBDHA:2018:12844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft op 4 augustus 2018 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser in december 2016 al een verzoek om internationale bescherming in Duitsland had ingediend. Duitsland stemde in met terugname van eiser.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord met een registertolk, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een niet-registertolk werd gebruikt en dat er geen sprake was van miscommunicatie. Ook het niet verschijnen van eiser bij het eerste gehoor, waarbij wel een registertolk aanwezig was, werd meegewogen.
Verder werd het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, waarbij eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen. De rechtbank verwierp ook het beroep op het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand, aangezien de kans van slagen van de procedure beoordeeld moet worden door een onafhankelijke instantie en eiser geen bewijs leverde dat dit in Duitsland niet correct zou gebeuren.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de behandeling over te nemen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard zouden maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.