ECLI:NL:RBDHA:2018:12375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid identiteit en homoseksualiteit
Eiser, een burger van Mauritanië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksualiteit en het daarmee samenhangende risico op vervolging bij terugkeer. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk kon maken en zijn homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig werd geacht.
De rechtbank overwoog dat eiser in een eerdere procedure al was afgewezen en dat het oordeel over zijn identiteit in rechte vaststond. De door eiser overgelegde kopie van een geboorteakte voldeed niet aan de vereisten van een authentiek identiteitsbewijs. Daarnaast volgde de rechtbank dat de staatssecretaris conform de geldende werkinstructies zorgvuldig onderzoek had gedaan naar de seksuele geaardheid van eiser, waarbij de geloofwaardigheid van zijn verhaal onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn persoonlijke bewustwordingsproces en dat zijn verklaringen over zijn relatie en seksuele gevoelens niet overtuigend waren. Ook werd rekening gehouden met zijn opleidingsniveau en psychische gesteldheid, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van identiteit en homoseksualiteit.