ECLI:NL:RBDHA:2018:12161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep uitgeprocedeerde vreemdeling zonder verblijfstitel en met inreisverbod
Eiser, een uitgeprocedeerde vreemdeling zonder verblijfstitel en met een inreisverbod van tien jaar, verzocht om opvang op grond van het gemeentelijk beleid van Breda. Na zijn vertrek naar Libanon kan hij niet terugkeren naar Nederland binnen de termijn van het inreisverbod. Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees het verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Den Haag. Tijdens de behandeling bleek dat eiser niet meer in Nederland verblijft, waardoor de vraag rijst of hij nog voldoende procesbelang heeft bij het beroep. Volgens vaste rechtspraak is procesbelang vereist als het doel van het beroep daadwerkelijk bereikt kan worden.
Gezien het inreisverbod en het vertrek van eiser naar Libanon, is het voor hem onmogelijk om opvang binnen de gemeente Breda te verkrijgen. Daarom ontbreekt het aan procesbelang en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door het tienjarige inreisverbod.