ECLI:NL:RBDHA:2018:11930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag schenkbelasting wegens niet-toepassing vrijstelling voor schuldkwijtschelding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen een aanslag schenkbelasting opgelegd aan de Stichting die in 2014 een bedrag van €8.000 aan families had geschonken. De eiser stelde dat de schenking vrijgesteld moest worden op grond van artikel 33 lid 1 sub Pro 8 van de Successiewet 1956, omdat het een schenking betrof aan personen die niet in staat waren hun schulden te betalen en dat de Stichting handelde in het algemeen belang.
De inspecteur stelde dat de schenking feitelijk een kwijtschelding van een schuld aan de Stichting betrof en dat de begiftigden aanzienlijke banktegoeden hadden, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was. De rechtbank bevestigde dat de begiftigden vermogen hadden dat voldoende was om hun schulden te voldoen, en dat de schenking daarom niet vrijgesteld kon worden.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag verminderd kon worden tot €1.144, waarbij rekening werd gehouden met de toepasselijke vrijstellingen. Tevens veroordeelde de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De aanslag schenkbelasting wordt verminderd tot €1.144 omdat de vrijstelling niet van toepassing is op de schuldkwijtschelding.