ECLI:NL:RBDHA:2018:11901
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit tegemoetkoming rente bij faillissement bank
Eisers hebben een tegemoetkoming ontvangen op basis van de Coulanceregeling na het faillissement van hun bank, waarbij zij een vergoeding kregen voor rente over het depositogarantiestelsel. Zij stelden dat zij recht hebben op een hogere vergoeding vanwege onrechtmatig handelen bij het faillissement en vroegen om een aanvullende rentevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandsche Bank als bestuursorgaan kan worden aangemerkt voor de uitvoering van de Coulanceregeling, waardoor het beroep ontvankelijk is. Eisers hebben echter geen inhoudelijke bezwaren tegen de berekening van de toegekende rentevergoeding aangevoerd.
Daarom wordt het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Voor zover het beroep wordt opgevat als een verzoek om schadevergoeding wegens het faillissement, is de rechtbank onbevoegd omdat hierover geen bestuursrechtelijk besluit is genomen. Eisers dienen zich tot de civiele rechter te wenden voor die vordering.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot rentevergoeding wordt ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd voor het verzoek om schadevergoeding.