ECLI:NL:RBDHA:2018:11809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband na Eritrees religieus huwelijk
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij referent, die een verblijfsvergunning asiel had. Verweerder wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent niet was aangetoond. Hoewel het traditionele Eritrese religieuze huwelijk rechtsgeldig werd geacht, oordeelde verweerder dat de feitelijke gezinsband was verbroken.
Eiseres stelde dat het huwelijk rechtsgeldig was en dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie, mede onderbouwd met een huwelijksakte, bewijs van samenwoning in Eritrea en Soedan, en een verwacht kind. Verweerder erkende het huwelijk maar handhaafde de afwijzing vanwege het ontbreken van een feitelijke gezinsband op het moment van binnenkomst van referent in Nederland.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de feitelijke gezinsband was verbroken. Verweerder had terecht geoordeeld dat de feitelijke gezinsband was verbroken, omdat eiseres en referent slechts twintig dagen hadden samengewoond, geen contact hadden gehad gedurende drie jaar verblijf van referent in Soedan, en geen geloofwaardige redenen voor het beëindigen van de samenwoning waren gegeven. Het latere verblijf in Soedan en het verwachten van een kind konden de verbroken gezinsband niet herstellen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent op het toetsmoment was verbroken.