ECLI:NL:RBDHA:2018:11531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag pleegkinderen wegens ontbreken voogdijakte en niet aangetoonde gezinsband
Eisers, pleegkinderen van Oegandese nationaliteit, vroegen via referente een machtiging tot verblijf (MVV) aan om naar Nederland te komen. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond met een voogdijakte (care order) zoals vereist volgens de Oegandese Childrens Act en de Children Amendment Act 2016.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de pleegouderschap juridisch niet is vastgelegd, omdat de vereiste voogdijakte ontbrak. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een feitelijke gezinsband bestond tussen referente en eisers ten tijde van de inreis.
Het beroep op schending van de hoorplicht faalt omdat het horen niet noodzakelijk was gezien de inhoud van het bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de MVV-aanvragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een voogdijakte en onvoldoende bewijs van een feitelijke gezinsband.