Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker], te [plaats], verzoeker
De loco-burgemeester van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de loco-burgemeester van Den Haag om zijn woning voor drie maanden te sluiten wegens de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs. De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester beleidsvrijheid heeft bij het toepassen van artikel 13b Opiumwet en dat de aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs in de woning aannemelijk maakt dat deze bestemd zijn voor verkoop.
De bestuurlijke rapportage van de politie toonde aan dat op 30 mei 2018 in de woning cocaïne werd aangetroffen in hoeveelheden die de grens voor eigen gebruik ruimschoots overschrijden, naast andere indicaties zoals meerdere mobiele telefoons, een weegschaal en geldbedrag. Verzoekers stelling dat de drugs voor eigen medicinale doeleinden waren, werd niet aannemelijk geacht.
De voorzieningenrechter benadrukte dat in het bestuursrecht een andere bewijslast geldt dan in het strafrecht en dat het aan verzoeker was om tegenbewijs te leveren. Ook de belangenafweging leidde tot de conclusie dat de sluiting proportioneel was, mede gezien de risico's voor de openbare orde en het doel van de Opiumwet. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.