ECLI:NL:RVS:2015:2616
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handelshoeveelheid drugs ter bescherming woon- en leefklimaat
De burgemeester van Rotterdam heeft bij besluit van 11 maart 2015 onder bestuursdwang gelast de woning van appellante te sluiten voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden softdrugs en attributen die duiden op drugshandel. Dit besluit is bevestigd na bezwaar en beroep bij de rechtbank Rotterdam, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van de woning ontstaat door de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs, ongeacht of de woning bekend staat als drugspand of dat er sprake is van overlast. De beleidsregel van de gemeente Rotterdam biedt ruimte om bij minder ernstige gevallen een waarschuwing te geven, maar in dit geval was de hoeveelheid drugs aanzienlijk en waren er aanwijzingen van langdurige drugshandel en overlast in de wijk.
Appellante voerde aan dat de woning slechts als opslag voor een coffeeshop diende en dat zij niet op de hoogte was van de drugs, evenals dat de sluiting haar en haar gezin onevenredig zou treffen. De Raad van State oordeelt dat deze omstandigheden de bevoegdheid tot sluiting niet beïnvloeden en dat de burgemeester zorgvuldig alle relevante feiten en indicatoren heeft meegewogen.
De Raad van State bevestigt het besluit tot sluiting van de woning voor zes maanden en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens handelshoeveelheid drugs.