ECLI:NL:RBDHA:2018:11403
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering eiser tegen de Staat in kort geding
In deze zaak heeft eiser een kort geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. De zaak werd behandeld door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 21 september 2018, na een zitting op 19 september 2018.
Eiser vorderde een spoedige voorziening, maar de voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen. De rechter heeft geoordeeld dat de gronden van eiser onvoldoende zijn om de gevraagde voorzieningen toe te kennen. Tevens is eiser veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de Staat zijn begroot op € 2.930,--, bestaande uit € 980,-- aan salaris advocaat en € 1.950,-- aan griffierecht.
De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de Staat de kosten direct kan verhalen. Een uitgebreider vonnis zou later volgen, maar dit verkorte vonnis geeft de kern van de beslissing weer.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.