ECLI:NL:RBDHA:2018:11254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord bij schuldsanering ondanks betwisting vordering
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarbij een uitkering van enkele procenten aan preferente en concurrente schuldeisers wordt voorgesteld. Verweerster, een schuldeiser met een vordering van €3.400, weigert in te stemmen vanwege schade aan een woning en het ontbreken van informatie over een huisgenoot.
De rechtbank stelt dat schuldeisers in beginsel vrij zijn hun vordering volledig betaald te krijgen, maar dat zij onder bijzondere omstandigheden gedwongen kunnen worden in te stemmen met een schuldregeling. Hierbij wordt een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de weigerende schuldeiser en dat van verzoeker en de overige schuldeisers. De rechtbank overweegt dat de juistheid van vorderingen niet ambtshalve wordt getoetst, maar dat gemotiveerde betwisting wel bij de belangenafweging kan worden betrokken.
In deze zaak heeft verzoeker de vordering van verweerster gemotiveerd betwist en gesteld dat een dubbele borg ter compensatie is gebruikt, hetgeen onbestreden is gebleven. Gelet op het geringe aandeel van verweerster in de totale schuldenlast en het belang van verzoeker en de andere schuldeisers, acht de rechtbank de weigering van verweerster onredelijk en beveelt zij instemming met het dwangakkoord. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling omdat hij geen belang meer heeft.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn schuldsaneringsverzoek.