ECLI:NL:RBDHA:2018:11202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Cubaanse homoseksueel wegens onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Cubaanse homoseksueel, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Cuba. Hij stelde dat hij herhaaldelijk werd aangehouden en veroordeeld vanwege zijn omgang met homoseksuelen en dat hij daardoor vervolging vreesde.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de situatie voor LHBT-ers in Cuba volgens de algemene landeninformatie is verbeterd en homoseksualiteit niet strafbaar is. Hoewel discriminatie voorkomt, is er een wettelijke basis voor bescherming en is niet gebleken dat eiser persoonlijk een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat hij risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Zijn arrestatie en veroordeling wegens 'causa de peligro' kon niet met zijn seksuele geaardheid worden verbonden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken wezenlijk verschilden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Cubaanse homoseksuele asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op ernstige schade.