ECLI:NL:RBDHA:2018:10933
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbinding leveringsovereenkomst wegenzout wegens niet-naleving korrelverdelingseis
FAM International N.V. sloot met Rijkswaterstaat twee overeenkomsten voor levering van wegenzout, waarbij het zout moest voldoen aan een maximale zeeffractie van 5% kleiner dan 0,16 mm. Na levering bleek uit analyses dat het zout deze eis niet behaalde. Rijkswaterstaat sommeerde FAM tot herstel, maar dit bleek technisch en financieel onhaalbaar. Rijkswaterstaat ontbond daarop de overeenkomsten gedeeltelijk en sommeerde FAM het zout terug te nemen.
FAM vorderde betaling van de facturen en betoogde dat Rijkswaterstaat door eerdere communicatie zijn ontbindingsrecht had prijsgegeven en dat het zout wel aan de eisen voldeed. De rechtbank oordeelde dat het beroep op rechtsverwerking faalde, dat het zout niet aan een wezenlijke kwaliteitseis voldeed en dat Rijkswaterstaat terecht tot ontbinding was overgegaan. De rechtbank wees de vordering van FAM af wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de bodemrechter anders zou beslissen.
Daarnaast werd geoordeeld dat het gebruik van zout dat niet aan de eisen voldoet een wezenlijke wijziging van de opdracht inhoudt, wat niet acceptabel is in de aanbestedingscontext. FAM werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de terughoudendheid bij geldvorderingen in kort geding en benadrukt het belang van strikte naleving van contractuele kwaliteitseisen bij overheidsaanbestedingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van FAM af en bevestigt dat Rijkswaterstaat terecht de leveringsovereenkomsten heeft ontbonden wegens niet-naleving van de korrelverdelingseis.