ECLI:NL:RBDHA:2018:1088
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft op 4 december 2017 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 5 januari 2018 is verzoeker gehoord en is vastgesteld dat hij een totale schuldenlast heeft van € 50.822,79, waaronder een grote vordering van het UWV van € 27.234,91. Deze vordering betreft meerdere teruggevorderde uitkeringsbedragen en een boete vanwege het niet doorgeven van wijzigingen in inkomsten. Verzoeker had in de periode 2010-2017 herhaaldelijk inkomsten uit arbeid terwijl hij een uitkering ontving en informeerde het UWV niet tijdig over deze inkomsten. Dit duidt op het ontbreken van goede trouw.
Daarnaast is er een schuld aan het CJIB van € 11.536,76 bestaande uit een strafbeschikking en 17 Wahv-boetes veroorzaakt met negen verschillende motorvoertuigen tussen 2011 en 2017. Het veroorzaken van deze boetes leidde medio 2017 tot het verlies van zijn baan. De rechtbank oordeelt dat het aantal boetes en het totaalbedrag eveneens wijzen op het ontbreken van goede trouw.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank niet aannemelijk dat verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden en wijst daarom het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.