ECLI:NL:RBDHA:2018:10729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen schuldenaar
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van vier hypotheekschulden.
Verzoeker was eigenaar van meerdere woningen tussen 2002 en 2015, waarvan de hypotheekverplichtingen niet werden nagekomen. De rechtbank constateert dat verzoeker zich de aanschaf van meerdere woningen financieel niet kon veroorloven en dat hij hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Daarnaast is niet gebleken dat verzoeker heeft geprobeerd zijn financiële situatie te verbeteren.
De rechtbank concludeert dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goed vertrouwen van verzoeker.