ECLI:NL:RBDHA:2018:10502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden partnerschap
Eiser ontving sinds augustus 2016 bijstand als alleenstaande ouder. Verweerder trok de bijstandsuitkering per 25 oktober 2017 in, omdat eiser volgens het bestuursorgaan een gezamenlijke huishouding voerde met zijn geregistreerde partner en niet duurzaam gescheiden leefde.
Eiser voerde aan dat hij en zijn partner weliswaar geregistreerd waren, maar duurzaam gescheiden leefden en dat hij vanaf 7 december 2017 weer op een vast adres woonde met zijn kinderen. De rechtbank beoordeelde de periode van 25 oktober tot en met 28 december 2017.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn partner zich als gezin presenteerden, financiële verwevenheid hadden en gezamenlijk bijzondere bijstand hadden aangevraagd. De ontbindingsbeschikking van het partnerschap en het ouderschapsplan dateren van na de periode in geschil en de door eiser overgelegde verblijfsverklaring was achteraf opgemaakt en onvoldoende onderbouwd.
Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser niet duurzaam gescheiden leefde van zijn partner en dat de intrekking van de bijstand terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.