ECLI:NL:RBDHA:2018:10049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irakese vreemdeling wegens ongeloofwaardige dreiging en veilige vestiging in Bagdad
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van bedreigingen vanwege zijn werkzaamheden in een hotel en de ontvoering van zijn broer in 2006. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de dreiging en werkzaamheden in het hotel niet geloofwaardig werden bevonden.
De rechtbank oordeelde dat de ontvoering van de broer geen directe bedreiging voor eiser vormde en dat hij niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus. Daarnaast werd vastgesteld dat Bagdad als veilig vestigingsalternatief geldt, mede op basis van eerdere jurisprudentie en rapporten van UNHCR en andere bronnen.
Eiser kon onvoldoende onderbouwen waarom hij niet in Bagdad zou kunnen verblijven en de dreiging werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.