Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bij die separate beschikking van 23 november 2016 heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van eiser als gemeenschapsonderdaan per 18 juni 2015 is geëindigd. Eiser kon na de ontbinding van het huwelijk rechten ontlenen aan artikel 8.15, vierde lid, van het Vb, maar omdat niet is gebleken dat hij toen over voldoende bestaansmiddelen heeft beschikt of arbeid heeft verricht, is zijn rechtmatig verblijf alsnog geëindigd, als bedoeld in artikel 8.15, vijfde lid, van het Vb. Zo is uit raadpleging van Suwinet gebleken dat eiser tot en met juni 2015 uitkeringen uit hoofde van de Wet Werk en Bijstand (hierna: WWB) heeft ontvangen. Voorts lijkt vanaf 1 september aan de eis van daadwerkelijke en reële arbeid te worden voldaan. Het in augustus 2015 aangegeven loon en aangegeven uren voldoen niet aan de criteria. Voor de periode van 18 juni tot 1 september 2015 is derhalve niet van voldoende inkomsten uit arbeid of voldoende middelen van bestaan gebleken, aldus verweerder.
Beslissing
Rechtsmiddel
(…)