ECLI:NL:RBDHA:2017:956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Iraakse eiser wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen en seksuele gerichtheid
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere vergunning was ingetrokken wegens vrijwillige terugkeer naar Irak. Hij stelde bedreigd te worden vanwege zijn politieke activiteiten en homoseksualiteit, en dat zijn echtgenote was mishandeld.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bedreigingen en seksuele gerichtheid. De rechtbank oordeelde dat de medische documenten onvoldoende bewijs leverden voor de mishandeling van de echtgenote en dat de bedreigingen niet aannemelijk waren gemaakt. Ook werd het late beroep op seksuele gerichtheid en de inconsistenties in verklaringen als ongeloofwaardig beoordeeld.
Een beroep op artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens medische problemen werd eveneens ongegrond verklaard omdat geen bewijs van medische behandeling in Nederland was geleverd. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid.