ECLI:NL:RBDHA:2017:9523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning wegens ernstig gevaar op grond van Wet Bibob
Eiser had een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawet-vergunning voor een horecabedrijf. De burgemeester van Den Haag trok deze vergunningen in na een negatief advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dat een zakelijk samenwerkingsverband aannam tussen eiser en een persoon met een strafrechtelijk verleden.
Het LBB baseerde zijn advies op anonieme meldingen, politiemutaties en feitelijke betrokkenheid van deze persoon bij de exploitatie van het horecabedrijf. De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan terecht van het advies mocht uitgaan en dat het vermoeden van een zakelijk samenwerkingsverband niet alleen op familiebanden was gebaseerd.
De rechtbank stelde vast dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen zouden worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of om voordelen uit strafbare feiten te benutten, zoals bedoeld in de Wet Bibob. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.