ECLI:NL:RBDHA:2017:8932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om herziening van een uitspraak van 23 januari 2002 op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder documenten uit 2002 en een 'Certificate of clearance' uit 2013.
De rechtbank overweegt dat op grond van het oude artikel 8:88 Awb Pro een verzoek om herziening alleen kan slagen indien het verzoek tijdig wordt ingediend en de nieuwe feiten redelijkerwijs niet eerder bekend konden zijn. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt dat een verzoek om herziening niet onredelijk laat mag zijn ingediend, waarbij doorgaans een termijn van één jaar wordt gehanteerd.
Omdat het verzoek pas in mei 2017 werd ingediend, meer dan vier jaar na ontvangst van het belangrijkste nieuwe document uit 2013, acht de rechtbank het verzoek onredelijk laat. Ook medische omstandigheden en lopende procedures rechtvaardigen volgens de rechtbank geen uitzondering.
Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.