ECLI:NL:RBDHA:2017:8712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf voor familielid van EU-burger wegens onvoldoende rechtmatig verblijf
Eiser, met de Turkse nationaliteit, vroeg om een verblijfsdocument 'duurzaam verblijf burgers van de Unie' als familielid van zijn echtgenote, een Bulgaarse EU-burger. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van onafgebroken rechtmatig verblijf en voldoende bestaansmiddelen gedurende de referentieperiode.
De rechtbank overwoog dat eiser weliswaar was ingeschreven op een Nederlands adres, maar dat niet was aangetoond dat hij gedurende vijf jaar onafgebroken rechtmatig verbleef als familielid van een EU-burger. De inkomsten uit zijn zelfstandige onderneming waren onvoldoende onderbouwd en er was geen bewijs van reële en daadwerkelijke arbeid.
Verder werd vastgesteld dat eiser niet kon aantonen dat hij verbleef bij een gemeenschapsonderdaan met voldoende bestaansmiddelen en een zorgverzekering die de ziektekosten volledig dekt. Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat niet aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf was voldaan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf heeft gehad.