ECLI:NL:RVS:2016:1629
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatig verblijf en bestaansmiddelen van gemeenschapsonderdaan en partner
De vreemdeling, een Turkse nationaliteit dragende echtgenoot van een Portugese burger van de Unie, vroeg om een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij werd geoordeeld dat de inkomsten van de vreemdeling niet betrokken konden worden omdat hij geen rechtmatig verblijf had en de referente zelf niet aan de vereisten voldeed.
De vreemdeling stelde dat zijn inkomsten wel als bestaansmiddelen van de referente moesten worden meegewogen, conform het arrest Singh e.a. van het Hof van Justitie. De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling pas begon te werken nadat de referente was gestopt en dat zij geen verblijfsrecht had.
De Afdeling oordeelde dat het arrest Singh e.a. inhoudt dat het volstaat dat de bestaansmiddelen de burger van de Unie ter beschikking staan, ongeacht de herkomst, ook als deze afkomstig zijn van de derdelander. De staatssecretaris had daarom de inkomsten van de vreemdeling moeten betrekken bij de beoordeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onjuiste toepassing van het recht op toereikende bestaansmiddelen.