ECLI:NL:RBDHA:2017:8131
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kindgebonden budget wegens overschrijding termijn
Eiser heeft de aanvraag voor het kindgebonden budget over het jaar 2015 niet binnen de in artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) gestelde termijn ingediend. De aanvraag moest uiterlijk 1 september 2016 worden ingediend, maar eiser diende deze pas op 26 september 2016 in. Verweerder heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen.
Eiser voerde aan dat hem telefonisch was toegezegd dat alles op tijd in orde zou komen, maar de rechtbank achtte deze toezegging onvoldoende aannemelijk. Daarnaast kan een telefonisch contact niet worden aangemerkt als een schriftelijke aanvraag zoals vereist op grond van artikel 4:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de aanvraag rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 11 juli 2017 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van de aanvraag kindgebonden budget.