ECLI:NL:RBDHA:2017:8079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gebruik dienstauto voor woon-werkverkeer en dienstreizen zonder aanvullende compensatie
Eiser, werkzaam bij de Dienst Landelijke Recherche, kreeg vanaf 2007 een dienstauto ter beschikking voor woon-werkverkeer en dienstreizen. Per 1 juli 2014 is het Dienstautobeleid gewijzigd, waardoor eiser niet langer in aanmerking kwam voor permanent zakelijk gebruik van een dienstauto. Verweerder heeft bij besluit van 22 juli 2016 bepaald dat eiser de dienstauto binnen drie maanden moest inleveren, en dit besluit is bij bezwaar gehandhaafd.
Eiser stelde dat het beëindigen van het privégebruik van de dienstauto een ontneming van eigendomsrecht is, waarvoor geen wettelijke basis, algemeen belang of fair balance zou bestaan, en dat hij onvoldoende financieel werd gecompenseerd. Hij voerde aan dat de reiskostenvergoeding onvoldoende was en dat het overgangsbeleid geen redelijke afbouwregeling bevatte.
De rechtbank oordeelde dat het overgangsbeleid een wettelijke grondslag heeft in artikel 27 van Pro de Politiewet en dat het beleid niet kennelijk onjuist of onredelijk is, mede omdat het in het Georganiseerd Overleg is geaccordeerd. De overgangstermijn van drie maanden en de reiskostenvergoeding zijn proportioneel en bieden een redelijke compensatie. De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding.
De uitspraak werd gedaan door rechter T. Sleeswijk Visser-de Boer op 20 juli 2017 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van het gebruik van de dienstauto is ongegrond verklaard.