ECLI:NL:RBDHA:2017:7921
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis huwelijk Eritrea
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis van haar vermeende echtgenoot (referent), die een verblijfsvergunning asiel heeft.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet kon aantonen dat zij een rechtsgeldig huwelijk had met referent. De overgelegde Eritrese kerkelijke huwelijksakte was niet ingeschreven in het burgerlijk register (kebabi), waardoor geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk volgens het internationaal privaatrecht en het Eritrees recht. Daarnaast werd de relatie niet als duurzaam en exclusief beoordeeld vanwege tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van gezamenlijke zorg en financiële ondersteuning.
Eiseres voerde aan dat zij geen mogelijkheid had gekregen om correcties op het interview aan te brengen en dat de gebruikte tolk niet adequaat was. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het interviewrapport terecht heeft betrokken en dat geen sprake was van onzorgvuldigheid of vooringenomenheid.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de mvv en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard.