ECLI:NL:RBDHA:2017:776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gecombineerd met een andere zaak en heeft het beroep ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Nederlandse overheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvraag aan zich had moeten trekken, ondanks dat Duitsland verantwoordelijk is omdat eiser daar eerder asiel heeft aangevraagd. De rechtbank overwoog dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel tussen lidstaten geldt en dat de Duitse asielprocedure binnen de reikwijdte van de Europese Procedurerichtlijn valt.
Eiser voerde aan dat de rechtsbijstand in Duitsland ontoereikend is, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook het feit dat Marokko als veilig land van herkomst in Duitsland is aangemerkt, doet niet af aan de zorgvuldige behandeling van de asielaanvraag in Duitsland. Het beroep op artikel 80 VWEU Pro en de preambule van de Dublinverordening faalde omdat artikel 80 geen Pro directe werking heeft en er geen sprake is van instorting van het Duitse asielstelsel.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.W. Ente op 23 januari 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.