ECLI:NL:RBDHA:2017:7496
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beklag tegen inbeslagname geluidsopname 112-melding wegens medisch beroepsgeheim
Klaagster verzocht om teruggave van een geluidsopname van een 112-melding die onderdeel uitmaakt van het medisch dossier van een overleden slachtoffer. Zij beriep zich op het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht, stellende dat het slachtoffer geen toestemming kon geven vanwege overlijden.
De officier van justitie stelde dat er sprake was van veronderstelde toestemming van het slachtoffer en dat het maatschappelijk belang van waarheidsvinding bij een verdenking van doodslag zwaarder weegt dan het verschoningsrecht. Ook de ouders en de verdachte hadden toestemming gegeven.
De rechtbank oordeelde dat de geluidsopname onder het medisch beroepsgeheim valt, maar dat het verschoningsrecht niet absoluut is. Gezien de ernst van het strafbare feit, het ontbreken van andere aanwezigen, en het belang van het bewijs, prevaleert het belang van het strafrechtelijk onderzoek boven het verschoningsrecht.
De rechtbank concludeerde dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn die het doorbreken van het verschoningsrecht rechtvaardigen en verklaarde het beklag ongegrond.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de geluidsopname van de 112-melding is ongegrond verklaard.