ECLI:NL:RBDHA:2017:717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht door Defensie bij behandeling scheenbeenklachten militair
Eiseres, militair sinds 2005, ontwikkelde scheenbeenklachten tijdens haar dienst. Defensie erkende aansprakelijkheid voor een onnodige operatie in 2007, maar betwistte verdere aansprakelijkheid voor de schade. De rechtbank stelde vast dat Defensie de zorgplicht schond door de steunzolen pas na ruim negen maanden te leveren, ondanks medische adviezen tot snelle verstrekking.
De rechtbank baseerde zich op een gezamenlijk benoemde orthopedisch chirurg die bevestigde dat de late levering van de zooltjes waarschijnlijk heeft geleid tot een afwijkend looppatroon en het ontstaan van een logesyndroom. Tevens concludeerde de rechtbank dat de operaties in 2006 en 2007 niet volledig waren gericht op de onderliggende aandoening MTSS, wat een gemiste kans op verbetering betekende.
Defensie voerde aan dat het niet aannemelijk was dat de klachten door de late levering waren veroorzaakt en dat de zorgplicht was nagekomen. De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde dat de zorgplicht inhoudt dat alle redelijke maatregelen moeten worden getroffen om schade te voorkomen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval Defensie tot heroverweging van het schadevergoedingsverzoek. Tevens werd Defensie veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens schending van de zorgplicht door Defensie.