Uitspraak
Beschikking op het verzoek van:
[verzoekster] ,wonende te [woonplaats] , Australië,
gemachtigde: mr. I. Faass-Strooij.
Beoordeling
[2013] en wonende te [woonplaats] , Australië,
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, moeder van twee minderjarige kinderen met gewone verblijfplaats in Australië, verzocht de kantonrechter om machtiging om namens haar kinderen een besloten vennootschap op te richten en aandelen in een Nederlandse vennootschap in te brengen.
De kantonrechter toetste haar bevoegdheid aan het Verdrag van 19 oktober 1996 inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, dat bepaalt dat de rechter van de staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft bevoegd is.
Aangezien de minderjarigen in Australië wonen en zowel Nederland als Australië partij zijn bij het Verdrag, concludeerde de kantonrechter dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is. Ook het feit dat het vermogen in Nederland is gelegen, verandert hieraan niets.
Daarom verklaarde de kantonrechter zich onbevoegd om op het verzoek te beslissen en wees het verzoek af. De beschikking werd uitgesproken op 20 juni 2017 door kantonrechter A. Emmens.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot machtiging en wijst het verzoek af.