ECLI:NL:RBDHA:2017:6674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bevel tot instemming met schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toepassing van de schuldsaneringsregeling en gelijktijdig een verzoek tot een bevel op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De schuldeiser, de Belastingdienst/Landelijk Incasso Centrum, had geweigerd mee te werken vanwege terugvordering van voorschotten kinderopvangtoeslag en twijfels over de goede trouw van verzoekster.
Tijdens de zitting verscheen verzoekster met haar beschermingsbewindvoerder, maar de schuldeiser was niet aanwezig. De rechtbank stelde vast dat verzoekster onvoldoende had gemotiveerd waarom de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming had kunnen komen, ondanks dat andere schuldeisers wel akkoord waren gegaan. De enkele mededeling dat al tien maanden wordt gespaard, werd als onvoldoende beschouwd.
De rechtbank benadrukte dat een schuldeiser slechts onder bijzondere omstandigheden gedwongen kan worden in te stemmen met een schuldregeling die leidt tot afstand van een deel van de vordering. Gezien de belangenafweging en het ontbreken van een deugdelijke motivering wees de rechtbank het verzoek af. Een afzonderlijk vonnis over het toelatingsverzoek tot de schuldsaneringsregeling zal nog volgen.
Uitkomst: Verzoek tot bevel tot instemming met schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende motivering.