ECLI:NL:RBDHA:2017:664
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat correcties en aanvullingen niet zijn meegewogen en dat verweerder ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het verzoek aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelde dat de productie van eiser geen benadeling aantoonde en dat de stellingen over eerdere opvang en jurisprudentie onvoldoende waren onderbouwd om het besluit te wijzigen. De rechtbank verwees daarbij naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.