ECLI:NL:RBDHA:2017:6628
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing visum kort verblijf wegens termijnoverschrijding
Eisers hebben een visum kort verblijf aangevraagd, dat door de minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen bij besluit van 27 oktober 2016. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 23 januari 2017 kennelijk ongegrond verklaard. Op 2 maart 2017 stelde de gemachtigde van eisers beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank stelde vast dat de beroepstermijn van vier weken, zoals bepaald in artikel 69 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, op 21 februari 2017 was verstreken. Het beroep werd derhalve na afloop van deze termijn ingediend. Eisers voerden aan dat de overschrijding te wijten was aan de afwezigheid van hun gemachtigde die wegens een ernstig ziek familielid naar Pakistan moest reizen.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet verschoonbaar waren, aangezien het risico van afwezigheid voor rekening van eisers kwam en de gemachtigde pro forma beroep had kunnen instellen vóór vertrek. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en bleef een inhoudelijke beoordeling achterwege. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.