Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
€ 236
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft in haar aangifte IB/PVV over 2014 specifieke zorgkosten opgevoerd, waaronder kosten voor Tena Lady en latex handschoenen. De Belastingdienst heeft deze kosten niet volledig geaccepteerd, met name de kosten voor latex handschoenen werden afgewezen.
De rechtbank heeft beoordeeld of deze hulpmiddelen voldoen aan de criteria van artikel 6.17 van de Wet IB 2001, die bepaalt dat alleen uitgaven voor hulpmiddelen die hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt, aftrekbaar zijn. De rechtbank concludeerde dat de latex handschoenen niet aan dit criterium voldoen, omdat zij niet hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt en bovendien niet op voorschrift van een arts zijn verstrekt.
Voor de Tena Lady oordeelde de rechtbank anders: deze wordt hoofdzakelijk door zieke of invalide personen gebruikt, zoals incontinentiepatiënten, en is daarmee aftrekbaar. De rechtbank rekende het bedrag aan specifieke zorgkosten toe, verhoogde dit met 113% vanwege de leeftijd van eiseres en verrekende dit met de drempel volgens de wet. Hierdoor werd het belastbaar inkomen verlaagd en de aanslag verminderd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. de Hek op 7 juni 2017.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag IB/PVV 2014 door aftrek van specifieke zorgkosten voor Tena Lady toe te staan en latex handschoenen af te wijzen.