ECLI:NL:RBDHA:2017:6141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning en weigering voorlopige voorziening
Eiseres, afkomstig uit Eritrea, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning die niet in behandeling is genomen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Zij betoogde dat haar overdracht naar Noorwegen niet verantwoord is vanwege haar gezondheid en vermeende tekortkomingen in het Noorse asielsysteem. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Noorwegen zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat haar medische situatie een uitzondering rechtvaardigt.
De rechtbank stelt vast dat Noorwegen de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag heeft geaccepteerd op basis van de Dublinverordening. De medische voorzieningen in Noorwegen worden als vergelijkbaar met die in Nederland beschouwd, mede omdat eiseres daar recentelijk een operatie heeft ondergaan. De rechtbank ziet geen reden om de aanvraag zelf te behandelen of de overdracht te verbieden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken, terwijl tegen de beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening geen rechtsmiddel bestaat.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.