ECLI:NL:RBDHA:2017:5945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning voormalig MEK-lid wegens onvoldoende motivering en twijfel ambtsbericht
Eiser, een voormalig lid van de Iraanse MEK, vreesde vervolging door de Iraanse autoriteiten vanwege zijn verleden. De staatssecretaris wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning af op basis van een ambtsbericht uit 2013, waarin werd gesteld dat terugkeerders geen vervolging hoeven te vrezen.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht onvolledig en verouderd is, met anonieme bronnen en twijfel over de effectiviteit van de amnestie en monitoring door het ICRC. Ook het lot van teruggekeerde MEK-leden is onduidelijk, wat risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De rechtbank hechtte zwaar aan informatie van de UNHCR die de precairheid van de situatie bevestigt en concludeerde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen risico zou lopen.
Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante omstandigheden, waaronder de politieke overtuiging van eiser, moeten worden betrokken.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tevens tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.