ECLI:NL:RBDHA:2017:5847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse vrouw wegens verwestering niet vallend onder vervolgingsgronden
Eiseres, een Afghaanse vrouw die sinds haar jeugd in Nederland woont, verzocht om asiel op grond van haar verwestering en afvalligheid van de islam. Zij vreesde vervolging in Afghanistan wegens haar levensstijl en relatie met een Iraanse christelijke vriend. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat zij zich bij terugkeer aan de Afghaanse normen kan aanpassen en dat verwestering geen grond is voor asiel.
De rechtbank toetste het besluit en oordeelde dat de verwesterde levensstijl niet valt onder de vervolgingsgronden godsdienst, politieke overtuiging of sociale groep zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank vond de groep verwesterde vrouwen te divers en niet homogeen genoeg om een specifieke sociale groep te vormen. Ook achtte zij het aannemelijk dat eiseres zich kan aanpassen aan de traditionele normen.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk afstand heeft genomen van de islam en dat zij in Afghanistan als afvallige zal worden gezien. Het beroep op subsidiaire bescherming werd verworpen omdat van eiseres verwacht mag worden haar rechten en vrijheden in te perken bij terugkeer.
Ten aanzien van het opgelegde inreisverbod oordeelde de rechtbank dat de relatie met haar vriend niet gelijkgesteld kan worden aan gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het inreisverbod onrechtmatig maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod.