ECLI:NL:RBDHA:2017:5826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met het verhaal dat hij van Palestijnse afkomst is en in Algerije heeft gewoond. Hij stelde te zijn geadopteerd en slachtoffer te zijn van verkrachting en psychische problemen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de opgegeven identiteit en herkomst, en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn identiteit en herkomst, mede omdat hij geen documenten overlegt en onvoldoende kennis toont van zijn vermeende woonplaats Maghnia. De rechtbank volgt de motivering van verweerder dat het asielrelaas niet inhoudelijk kan worden getoetst zonder aannemelijk gemaakte identiteit.
Verder is onvoldoende gebleken dat eiser slachtoffer is van mensenhandel of dat er medische gronden zijn voor uitstel van vertrek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht. Er is geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn en griffier I.N. Powell op 1 juni 2017. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.