ECLI:NL:RBDHA:2017:5799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid uit Ghana
Eiser, een Ghanees geboren in 1998, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende bedreigingen in zijn land. Hij stelde mishandeld en bedreigd te zijn door zijn familie en vluchtte na ontdekking van zijn schuilplaats.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid, mede omdat Ghana als veilig land van herkomst wordt beschouwd. De rechtbank volgde dit oordeel en stelde vast dat eiser vaag, summier en ongerijmd had verklaard over zijn bewustwordingsproces, relaties, contacten met LHBT-groepen en de problemen die hij ondervond.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk homoseksueel is en dat hij de gevaren die hij zou lopen onvoldoende kon onderbouwen. Ook zijn verklaring over zijn islamitische geloof en de combinatie daarvan met zijn geaardheid achtte de rechtbank ongeloofwaardig.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid.