ECLI:NL:RBDHA:2017:5104
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige, welke door verweerder is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet overleggen van een ondernemingsplan.
Verzoekster betoogt dat zij niet tijdig een brief heeft ontvangen om alsnog stukken in te dienen en heeft later een bedrijfsplan overgelegd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het aan verzoekster is om aannemelijk te maken dat zij voldoet aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang, maar dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat niet alle benodigde stukken waren ingediend.
De voorzieningenrechter acht het bezwaar kansrijk en vindt dat het belang van verzoekster om in Nederland te verblijven tijdens de bezwaarprocedure zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder verboden verzoekster uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.