ECLI:NL:RBDHA:2017:4535
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Iraanse christen wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man die zich in Nederland tot het christendom heeft bekeerd, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij in Iran gevaar liep vanwege zijn kritiek op de autoriteiten en zijn bekering. Hij diende een aanvraag in en meldde zich vrijwillig bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) voor terugkeer naar Iran, welke hij later introk.
De staatssecretaris wees het verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de brieven aan buitenlandse ambassades heeft geschreven, noch dat hij daadwerkelijk vervolgd wordt. Ook achtte de rechtbank zijn bekering niet geloofwaardig, omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn motieven en proces van bekering.
De rechtbank overwoog dat de vrijwillige aanmelding bij IOM duidt op het ontbreken van vrees voor vervolging. De jurisprudentie bevestigt dat de motieven en het proces van bekering doorslaggevend zijn voor de beoordeling van geloofwaardigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielverzoek wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid.