ECLI:NL:RBDHA:2017:4462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Palestijn uit Westelijke Jordaanoever wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een staatloze Palestijn afkomstig uit de Westelijke Jordaanoever, diende in december 2016 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij het oprollen van een bende factuurvervalsers en het afleggen van belastende verklaringen meerdere malen bedreigd was en in 2016 twee keer een moordaanslag op zijn leven was gepleegd. Hij vreesde bij terugkeer vermoord te worden.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat het asielrelaas over de moordaanslagen niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslagen verband hielden met de rechtszaak tegen de bende en dat het tijdsverloop onwaarschijnlijk was. Ook achtte de rechtbank de bedreiging door een echtgenoot van een vrouw opgelost en niet bepalend voor zijn vertrek.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen reëel risico loopt op vluchtelingrechtelijke vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De overige gronden behoefden geen bespreking meer. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas.