ECLI:NL:RBDHA:2017:4168
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinterugnameverzoek
Eiser, een Syrische nationaliteit bezittende asielzoeker, diende op 16 oktober 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij eerder een asielaanvraag in Duitsland had ingediend. Duitsland verzocht Nederland om overname, maar dit werd afgewezen. Vervolgens deed Nederland een terugnameverzoek aan Duitsland, dat werd aanvaard.
Eiser stelde dat Nederland verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag op grond van artikel 9 van Pro de Dublinverordening, omdat zijn echtgenote in Nederland internationale bescherming geniet. De rechtbank oordeelde echter dat het huwelijk niet rechtsgeldig was aangetoond en dat artikel 9 niet Pro van toepassing is op terugnamesituaties zoals deze.
De rechtbank verwierp het beroep, bevestigde dat de criteria van hoofdstuk III van de Dublinverordening ook op terugnamesituaties van toepassing zijn, maar dat in dit geval de terugname op grond van artikel 18, lid 1, sub b, terecht is aanvaard. Ook werd geoordeeld dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om Nederland de asielaanvraag te laten behandelen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege het terugnameverzoek van Duitsland.